Sinds een half jaar wandel ik. Minstens 2 keer in de week en minstens 5 km per keer. En dat doe ik in verschillende settings. ’s Avonds met een groepje meiden lekker ongedwongen 8 km wegtikken. Door woonwijken, want door bos en over hei is eng in het donker en trouwens verboden. Terwijl wij weer op de hoogte raken van elkaars dagelijks reilen en zeilen, doen wij ook aan Gluren bij de Buren. Lekker overal naar binnen kijken. In elk mens schuilt tenslotte een voyeur. Ik loop ook overdag met z’n tweetjes. Zij loopt al jaren en kent veel routes in de buurt, waardoor ik op plekken kom, die ik nog nooit eerder gezien heb. Heel leuk, heel verrassend, maar vooral beschamend. “Whaaat, nog nooit bij de Kreelse Plas geweest?!” “Uuhhh, nee….” Woon ik hier al mijn hele leven en zie ik nu pas hoe mooi onze omgeving is.
Ik loop ook regelmatig alleen. Dan stier ik door de wijk, alsof ik de bus moet halen. In mijn kop allerlei gedachtes en lijstjes van wat ik nog allemaal moet of wil. Sollicitaties en zenuwachtig doen over de gesprekken, de eerste periode van de Jongste op het Voortgezet, dat ik MBO’s in de buurt moet checken wanneer de open dagen zijn en die plinten moeten nu echt een keer, maar eerst de voordeur of eerst maar die randjes afkitten? Ik kom doodmoe thuis met een hoofd vol to-do’s! Dat moet anders.
Ik ben net terug van een wandeling met een missie. Ik sprak een vriendin over mijn zeeën van tijd en de kronkels in mijn hoofd en zij begon over wandelen in het nu. Lopen met je zintuigen; wat voel je en ruik je en hoor je? Ik besloot het meteen uit te proberen en het binnenveld in te gaan. Daar loopt een route van 6.5 km tussen de weilanden. Maar het viel niet mee. De eerste kilometers kreeg ik een idee voor een nieuwe blog en was zinnen aan het vormen èn had ik een liedje in mijn hoofd. ‘Oke, dit is niet goed. Leeg dat hoofd! Wat zie je, waar loop je?’ Het werkte. De wind suisde langs mijn oren en ruisde door de bomen. Paarden met dekens om (of op?). In de verte wat ganzen. Af en toe een druppel op mijn hoofd en de geur van een pluimveebedrijf, die mij in één klap terugbracht naar mijn jeugd.
Ik sta middenin het kippenschuurtje van het enig overgebleven boertje in de wijk. Daar werden wij met regelmaat en een rieten mandje naar toegestuurd om eieren te halen. Als we geluk hadden, waren er net biggetjes geboren en dan mochten we ze aaien. De boer had een speciaal bakje met dubbeldooiers, waar we er altijd een paar van meekrijgen, want dat is toch schattig, die kleine chineesjes met die scheve ponietjes en dat rieten mandje….Ik merkte dat ik met een brede grijns en met een leeg hoofd tussen de koeien liep.
Missie geslaagd, zeg maar!
